Weer een bestelauto zonder bijtelling!
Wij werken in opdracht van zakelijke cliënten maar ook als mediator tussen twee belanghebbenden.
Aan de stroom jurisprudentie over bestelauto’s die niet onder de bijtelling vallen lijkt geen einde te komen. Deze keer gaat het om een Volkswagen Transporter die volgens de rechter (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. In dit geval speelt mee dat het de werknemer verboden was privé met deze bestelauto te rijden. Het gevolg is dat de belastingplichtige geen bijtelling volgens het autokostenforfait hoeft te betalen, en dus hoeft hij niet aan te tonen dat hij niet meer dan 500 privékilometers per jaar met deze auto rijdt.
Wilt u weten of u ook voor zo’n voordelige behandeling in aanmerking komt? Neem dan contact met ons op voor een vrijblijvende analyse van uw zaak.
Voor de liefhebbers plaatsen wij hieronder de complete uitspraak.
Auteur: mr. H.A. Elbert
|
||||||||||
|
||||||||||
|
||||||||||
|
||||||||||
RECHTBANK LEEUWARDEN Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamerProcedurenummer: AWB 10/691 Uitspraakdatum: 29 oktober 2010 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen [belanghebbende], wonende te [woonplaats], en de inspecteur van de Belastingdienst/Noord, kantoor Groningen, Eiser wordt hierna belanghebbende genoemd en verweerder inspecteur. De bestreden uitspraak op bezwaar Zitting 1.Beslissing De rechtbank: 2.Gronden 2.1.Belanghebbende exploiteert een garagebedrijf annex bergings- en pechhulpverleningsbedrijf in de vorm van een eenmanszaak. Met ingang van 1 januari 2006 heeft belanghebbende een pechhulpauto (hierna: de auto), zijnde een Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken], met een cataloguswaarde van € 20.935, ter beschikking gesteld aan zijn werknemer, de heer [de werknemer] (hierna: de werknemer). 2.2.Belanghebbende heeft in verband met de werkzaamheden van zijn onderneming contractuele verplichtingen met verschillende nationale en internationale aanbieders van pechhulp. In deze contracten zijn specifieke bepalingen opgenomen binnen welk tijdsbestek na de pechhulpmelding belanghebbende op de desbetreffende locatie dient te zijn. Afhankelijk van het contract varieert dit tijdsbestek van 25 tot 30 minuten na de pechhulpmelding. Ter zitting heeft belanghebbende verklaard dat met de werknemer primair is afgesproken dat hij buiten werktijden de pechhulpdienst verzorgt en derhalve de auto mee naar huis neemt. 2.3.Per 1 januari 2006 is een verklaring verbod privégebruik bedrijfsauto opgesteld tussen belanghebbende en de werknemer. In deze verklaring is in het tweede artikel opgenomen dat een sanctie wordt opgelegd bij overtreding van dit verbod. In dit artikel is eveneens opgenomen dat de werknemer aan zal moeten tonen dat hij niet meer dan 500 privékilometers heeft gereden. 2.4.Vast staat dat over de jaren 2006 en 2007 geen rittenregistratie is bijgehouden met betrekking tot de auto. De werknemer heeft bij de inspecteur niet verzocht om een verklaring geen privé gebruik auto. 2.6.In geschil is het antwoord op de vraag of de inspecteur terecht een naheffingsaanslag loonbelasting heeft opgelegd terzake van de bijtelling voor privé gebruik auto. 2.7.Artikel 13bis van de Wet op de Loonbelasting 1964, tekst 2006 (hierna: Wet LB) bepaalt, voor zover hier van belang: 2.8.Ter zitting heeft belanghebbende onweersproken gesteld dat de auto een verlengde uitvoering betreft van de Volkswagen Transporter. De achterklep kan niet geopend worden en aan de binnenkant zijn gereedschapslades tegen de achterwand en kisten aan de zijkant bevestigd. In deze kisten zitten benodigdheden voor het verlenen van pechhulp zoals onder andere uitlaatpijpen en koelvloeistoffen. Op de vloer van de auto is altijd een tank met luchtvoorraad aanwezig en daarnaast ook andere spullen. De benodigdheden voor het verlenen van pechhulp zijn altijd aanwezig en bevestigd aangezien het veelal dure apparatuur betreft. In de bestuurderscabine zijn twee stoelen aanwezig, bestemd voor de chauffeur en een bijrijderzitplaats. De bestuurderscabine is door middel van een dicht schot gescheiden van de achterkant van de auto, er is derhalve geen sprake van een dubbele cabine. Belanghebbende heeft eveneens geloofwaardig verklaard dat de bijrijderstoel wordt gebruikt om gestrande passagiers naar huis te brengen of, indien het om een omvangrijke klus gaat, om een extra personeelslid mee te kunnen nemen. De rechtbank is op grond hiervan, alsmede gezien de contractuele verplichtingen van belanghebbende, van oordeel dat de auto naar aard en inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. Het feit dat er een tweede stoel in de bestuurderscabine aanwezig is maakt dit, gelet op de gegeven verklaring van belanghebbende, niet anders (vergelijk Hoge Raad 29 mei 2009, nr. 43602, gepubliceerd in onder andere Vakstudie Nieuws 2009/27.20). 2.9.Gelet op het vorenoverwogene is het beroep gegrond verklaard. 3.Proceskosten De rechtbank vindt aanleiding de inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Voor een vergoeding van kosten van de bezwaarfase acht de rechtbank geen termen aanwezig omdat belanghebbende niet om vergoeding van zodanige kosten heeft verzocht voordat de inspecteur uitspraak deed op het bezwaar (artikel 7:15, derde lid, van de Awb). Aldus gedaan door mr.drs. M.M. de Werd, rechter, en door deze en mr. T.A. Mandemakers, griffier, ondertekend. De griffier, De rechter, Uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2010. Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 11 november 2010 Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als die onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als binnen zes weken na verzending van de uitspraak geen rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist. (artikel 27h, vijfde lid en artikel 28, zevende lid AWR). |