Het laatste nieuws over het wetsvoorstel Autobrief II

Het grote nadeel van fiscale wetsvoorstellen is dat ze na indiening nog tig keer worden gewijzigd. Uit democratisch oogpunt ben ik uiteraard helemaal voor dit soort aanpassingen, maar als auteur en autobelastingspecialist is het wel eens lastig.

Neem nu de Autobrief II. Deze is inmiddels gevorderd tot de Eerste Kamer. Sinds de indiening is er ook hier het nodige gewijzigd. Zo is de beloofde (want in het Energieakkoord afgesproken) geleidelijke ophoging van de bijtelling voor plug-in hybrides van tafel. Niks langzaam wennen aan een hogere bijtelling: deze auto’s vallen per 1 januari aanstaande gewoon onder het maximumtarief. Ook de voorgestelde aanpassing van de motorrijtuigenbelasting is voor deze auto’s veranderd. In dit geval ten voordele van de houders: tot en met 2020 mag men nog gebruik maken van het halftarief.

 

Voor dieselauto’s wordt het leven wat zwaarder dan eerder voorgesteld: deze auto’s gaan niet profiteren van de algemene verlaging van de BPM-tarieven. Andere auto’s met een CO2-uitstoot tot maximaal 102 gram/km gaan er wel op vooruit. Houders van oude dieselauto’s zonder af-fabriek roetfilter opgelet: u krijgt weliswaar te maken met een dieseltoeslag op de motorrijtuigenbelasting, maar mogelijk komt er ook een opkoopregeling voor uw auto. De staatssecretaris gaat daar serieus over nadenken en hoopt medio 2017 zijn gedachten aan het papier toe te vertrouwen. Afwachten dus maar.

 

Voor nulemissie auto’s biedt het wetsvoorstel vooralsnog de meeste voordelen: geen BPM en motorrijtuigenbelasting, en de komende jaren een aantrekkelijk bijtellingstarief van 4%. Houdt de media echter goed in de gaten, want de staatssecretaris heeft aangekondigd deze regeling in 2018 tegen het licht te gaan houden. Kortom, de autobelastingen houden de gemoederen voorlopig nog wel even bezig.

Lees verder

Fiscale eenheid kan ook over de grens

Zoals u wellicht weet, kunnen twee of meer bv’s samen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormen. Zo’n fiscale eenheid (die overigens ook in iets andere vorm voor de omzetbelasting bestaat) brengt diverse voordelen met zich mee. U kunt bijvoorbeeld volstaan met één aangifte vennootschapsbelasting, en onderlinge transacties worden meestal niet belast. Tussen de bv’s moet een aandelenrelatie bestaan, en zo zijn er nog een aantal eisen. Meestal bestaat een fiscale eenheid uit een moeder- en een of meerdere (klein-)dochtermaatschappijen. Vereist is dat de bv’s die het betreft in Nederland zijn gevestigd.
Sinds het zogenoemde Papillion-arrest, is het ook mogelijk om een fiscale eenheid aan te gaan tussen bv’s met een buitenlandse ‘tussenschakel’, bijvoorbeeld tussen een Nederlandse moedermaatschappij en een Nederlandse kleindochtermaatschappij, waarbij de tussenliggende dochtermaatschappij in een EU-land is gevestigd (de buitenlandse moedermaatschappij valt buiten de fiscale eenheid). Een andere nieuwe mogelijkheid is een fiscale eenheid tussen twee Nederlandse dochtermaatschappijen met een gezamenlijke buitenlandse moedermaatschappij (de buitenlandse moedermaatschappij valt buiten de fiscale eenheid). Hoewel deze mogelijkheden nog niet in de wet staan, worden ze wel toegestaan door een besluit van de staatssecretaris, in de praktijk aangeduid als het Vlinderbesluit.

 

Het gerechtshof in Arnhem heeft op 26 april jl. in hoger beroep goedgekeurd dat zo’n fiscale eenheid zelfs mogelijk is wanneer de ‘tussenschakel’ niet in, maar buiten de EU is gevestigd. Het ging daarbij om een fiscale eenheid tussen de twee Nederlandse dochtermaatschappijen van een Israëlische moedermaatschappij.

Meer weten? Neem vrijblijvend contact met ons op.
Auteur: mr. H.A. Elbert
Bron:
Wetsvoorstel, Nota naar aanleiding van het verslag etc. TK 2015-2016, i
Lees verder