Wat was er eerder: de fiets of de koe?

Wij werken in opdracht van zakelijke cliënten maar ook als mediator tussen twee belanghebbenden.

09 september 2019

Verborgen aandachtspunten bij de fiets van de zaak

Gastblog voor Praktijkdiploma Belastingrecht door: Mr. Heleen Elbert / Elbert Fiscaal

Natuurlijk was de koe er eerder dan de fiets, maar op bijtellingsgebied heeft de koe toch een enorme voorsprong. Dan heb ik het natuurlijk over de heilige koe van de klant, of – zoals u wilt – de melkkoe van de staat: de auto van de zaak. Over deze bijtellingsregeling is van alles en nog wat bekend, maar hoe zit het eigenlijk met de fiets van de zaak?

Op 1 januari 2020 wordt de bijtelling voor de fiets van de zaak ingevoerd, maar dat wil natuurlijk helemaal niet zeggen dat er tot die datum geen belasting hoeft te worden betaald, integendeel! Rijdt u rond op een fiets van de zaak, dan geldt de hoofdregel: u moet belasting betalen over het werkelijke voordeel. In theorie is dat super simpel: u kijkt even na hoeveel kilometers u privé heeft gefietst en u vermenigvuldigt dat met de werkelijke kilometerprijs van de fiets. In de praktijk is dat niet altijd even handig geef ik toe, mijn fiets heeft bijvoorbeeld geen kilometerteller…

Enfin, per 1 januari wordt de regeling een stuk simpeler, maar misschien niet altijd goedkoper. De liefhebbers vinden de regeling in artikel 13ter Wet LB voor de werknemers en in artikel 3.20a Wet IB voor de ondernemers. Wat is het voordeel? Je hoeft niets meer bij te houden (voor zover u dat al deed natuurlijk), maar je tikt gewoon 7% af over de consumentenadviesprijs van de fiets.

Kilometervergoeding privéauto in gevaar

Daar hebben we meteen al een paar aandachtspunten te pakken! Let er allereerst even op dat het om de consumentenadviesprijs gaat, en niet om de prijs die op de factuur staat. Daarnaast staat er nergens hoeveel privékilometers u mag rijden zonder bijtelling. Dat klopt! Ik had namelijk stiekem de hoop dat dat er 500 mochten zijn. Zoveel fiets ik namelijk niet, en de kans dat ik geflitst wordt acht ik met mijn trapsnelheid niet zo heel erg groot. Helaas gaat de bijtelling al vanaf het begin gelden, ongeacht het aantal privékilometers. De bijtelling gaat namelijk al in op het moment dat het u toegestaan is om woon-werkverkeer met deze fiets te rijden. Woont u naast de zaak? Dan heb ik een gratis tip voor u: in dat geval is het aan de Belastingdienst om aannemelijk te maken dat u zelf mag beslissen wat u met deze fiets doet. Zonder deze ‘terbeschikkingstelling’ kan er waarschijnlijk niet bijgeteld worden, ik zeg het maar.

Ik zou er bijvoorbeeld maar even goed over nadenken of hierdoor de kilometervergoeding voor uw privéauto niet in gevaar komt.

Wilt u nog meer aandachtspunten? Dat kan hoor! Ik zou er bijvoorbeeld maar even goed over nadenken of hierdoor de kilometervergoeding voor uw privéauto niet in gevaar komt. Een fiets van de zaak is namelijk vervoer vanwege de werkgever, en dat kan de vergoeding voor de met uw privéauto gereden zakelijke kilometers weleens in de wielen rijden. Daarnaast moet u even oppassen met lekke banden enzo: gaat u zelf plakken? Of belt u uw werkgever uit bed?

Tot slot wil ik afscheid van u nemen met de volgende vraag: ‘Wat is een fiets?’. Voor een normale fiets is dat niet zo spannend, maar hoe zit het met een elektrische fiets, een pedelec enzovoorts? Denk daar maar even goed over na voordat u deze bestelt. Het is namelijk nogal een verschil of u 7% betaalt of ‘slechts’ over de werkelijke privékilometers.

Hoezo is mijn genot nu nog maar 22%? Verlaging bijtelling ook voor oudere auto’s?

Wij werken in opdracht van zakelijke cliënten maar ook als mediator tussen twee belanghebbenden.

 

Het zal u vast niet ontgaan zijn, de maximale bijtelling voor de auto van de zaak is op 1 januari (HE: 2017) verlaagd van (ten minste) 25% naar 22%. Nu zijn er waarschijnlijk weinig mensen die problemen hebben met een verlaging van de bijtelling, maar stel dat jij zelf een bijtelling van 25% hebt, en je buurman betaalt voor exact dezelfde auto slechts 22%, dan voelt dat toch niet prettig. Mag dat zomaar? En zou de maximale bijtelling nu niet voor iedereen op 22% moeten worden gezet? Deze laatste vraag is het onderwerp van een proefprocedure van de Vereniging Zakelijke Rijders (vzr.nl)*. Inmiddels is deze zaak gevorderd tot aan de Hoge Raad. (HE: De Hoge Raad heeft laten weten halverwege september 2018 de knoop door te hakken).

 

Wat is er eigenlijk aan de hand?

(meer…)

Privékilometers 0% auto tellen ook mee voor bijtelling vorige auto

Wij werken in opdracht van zakelijke cliënten maar ook als mediator tussen twee belanghebbenden.

De bijtelling is van toepassing wanneer je klant of een werknemer gedurende het kalenderjaar meer dan 500 privékilometers rijdt in de auto van de zaak. Minder bekend is dat dit maximum per persoon geldt en niet per auto. Dit bleek maar weer eens uit een rechtszaak waarin iemand zijn 25% bijtellingsauto in november verruilde voor een auto met 0% bijtelling. Per auto reed hij in dat jaar zo’n 300 privékilometers, in totaal dus meer dan 500. Het gevolg was een bijtelling voor beide auto’s. Een goede voorlichting vooraf had hem deze bijtelling kunnen besparen. Adviseer daarom je klant die van auto wisselt over de gevolgen voor de bijtelling.

Auteur: Mr. H.A. Elbert

Deze advieskans kunt u – met een bijbehorende adviesbrief – vinden op Avanzer Advies van Wolters Kluwer

Bijtelling privégebruik auto blijft 25% voor auto’s van vóór 2017

Wij werken in opdracht van zakelijke cliënten maar ook als mediator tussen twee belanghebbenden.

De overgangsregeling voor de bijtelling privégebruik auto van de zaak is volgens Rechtbank Den Haag niet in strijd met het IVBPR en het EVRM. Per 2017 geldt alleen voor nieuwe auto’s het verlaagde percentage van 22%. Mr. Heleen Elbert schijnt haar licht op deze zaak.

(mr. Marieke Jansen voor Taxence.nl)

Per 1 januari 2017 is de bijtelling voor de auto van de zaak verlaagd van 25% naar 22%. Op grond van de overgangsregeling van artikel 36c lid 1 Wet LB 1964 blijft het percentage van 25% gehandhaafd voor auto’s met een datum eerste toelating van uiterlijk 31 december 2016. Volgens de eisende partijen in de vier proefprocedures (van de Vereniging Zakelijke Rijders, VZR) leidt dit tot een ongeoorloofde ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Rechtbank Den Haag is het echter met de inspecteur eens dat daar geen sprake van is. De keuze voor de verlaging van het bijtellingspercentage is mede gelegen in het feit dat nieuwe auto’s in het algemeen zuiniger zijn dan hetzelfde type oude auto’s, aldus de rechtbank. Dat de wetgever ‘nieuwe auto’s’ heeft gedefinieerd als auto’s met datum eerste toelating na 31 december 2016 is op zich niet discriminatoir, en omwille van de uitvoerbaarheid mocht hij deze keuze maken. Met de overgangsregeling wilde de wetgever onwenselijke effecten voorkomen, waardoor de keuze voor invoering volgens de rechtbank redelijk is. De werkgevers hebben verder niet aannemelijk gemaakt dat zij waren getroffen door een individuele en buitensporige last, dan wel een onredelijke last. Er is volgens de rechtbank geen onduidelijkheid die ertoe leidt dat zij prejudiciële vragen moet stellen aan de Hoge Raad, en verklaart het beroep van de werkgevers ongegrond.

Reactie mr. Heleen Elbert

Taxence vroeg mr. Heleen Elbert, autobelastingexpert en bestuurslid VZR, om een reactie op deze uitspraak. ‘De uitspraken van de Rechtbank zijn zoals verwacht, niet bemoedigend. Hoewel ik het vreemd blijf vinden dat het privégebruik van een auto met datum tenaamstelling 31 december fiscaal veel voordeliger wordt belast dan (exact) dezelfde auto die een paar dagen later te naam is gesteld. ‘Je moet toch ergens een grens trekken’, aldus mijn korte samenvatting van de motivering van de Rechtbank. In eerdere, soortgelijke, rechtszaken ging het de vraag of er sprake was van discriminatie vanwege de verhoging van een CO2 uitstootgrens. Onderscheid tussen verschillende uitstootgrenzen werd daarin – kort door de bocht – gebillijkt vanwege het belang voor het milieu. Een verschil met die zaken is dat het nu niet gaat om eigenschappen van de auto en ook niet om een korting die verleend wordt op het standaardbijtellingspercentage. In deze zaak gaat het om het standaardbijtellingspercentage zelf. De staatssecretaris is tot de – terechte – conclusie gekomen dat 25% wat aan de hoge kant is, maar ‘gunt’ de verlaging tot 22% alleen aan auto’s die na 31 december 2016 te naam zijn gesteld. De ‘oudere’ auto’s worden hierdoor niet gediscrimineerd, aldus de rechtbank. Ik ben benieuwd naar de uitspraak in hoger beroep.’

 

Wet: artikel 36c lid 1 Wet LB 1964

Rechtbank Den Haag 5 september 2017 (gepubliceerd 15 september 2017), ECLI:NL:RBDHA:2017:10564ECLI:NL:RBDHA:2017:10568ECLI:NL:RBDHA:2017:10570ECLI:NL:RBDHA:2017:10573

Informatie over inrichtingseisen bestelauto openbaar gemaakt

Wij werken in opdracht van zakelijke cliënten maar ook als mediator tussen twee belanghebbenden.

Auteur: Denise Roeters

Voor: Taxence.nl

 

Naar aanleiding van een wob-verzoek maakte het ministerie van Financiën twee interne documenten openbaar over de beoordeling van de inrichtingseisen van bestelauto’s. Wat valt op? Mr. Heleen Elbert licht dit toe.

Het eerste document is een memo van mei 2016. Het tweede document is een meer uitgebreide versie hiervan. Deze documenten dienen als jurisprudentieoverzicht bij de uitvoering van de Wet op de loonbelasting 1964.

Reactie mr. Heleen Elbert

Taxence vroeg mr. Heleen Elbert, autobelastingexpert, om een reactie op deze documenten: ‘Bij elke discussie over de bijtelling, dient altijd de vraag gesteld te worden of de desbetreffende auto wel onder de bijtellingsregels valt. Zo is de bijtelling bijvoorbeeld niet van toepassing op een bestelauto die (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. Dit blijkt uit de letterlijke tekst van artikel 3.20 IB en 13bis LB. Maar ja, wat is nu precies een bestelauto die (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen? En belangrijker nog: wanneer vindt de Belastingdienst dat er sprake is van een dergelijke bestelauto? Hoewel de correspondentie van de Belastingdienst de laatste maanden vergezeld gaat van een indicatie van de doorslaggevende criteria, is het voor de rechtszekerheid van belang dat hier nog meer openheid in geboden wordt. Naar aanleiding van dit WOB-verzoek is maar liefst een zestal pagina’s met achtergrondinformatie en jurisprudentie beschikbaar geworden voor de praktijk.

Twee praktische handvaten:

  • niet de bedrijfsvoering van de ondernemer is relevant, maar de (letterlijke) inrichting van de bestelauto zelf.
  • hoe groter de auto, hoe minder belang wordt gehecht aan de functie van de bijrijder(sstoel)

 

Kortom: doe er uw voordeel mee!’

 

Lees meer van mr. Heleen Elbert op Tax Talks. In de onlangs verschenen e-learning ‘Btw en privégebruik auto: massaal voordeel voor uw cliënt?’ gaat zij in op de recente HR arresten van 21 april 2017. Bent u nog geen abonnee van Tax Talks? Meld u dan nu aan.

Meer informatie: Ministerie van Financiën, 4 mei 2017

Belastingdienst verliest zaak nummerplaatherkenning!

Wij werken in opdracht van zakelijke cliënten maar ook als mediator tussen twee belanghebbenden.

Een antwoord op de vraag waar autorijdend Nederland met spanning op zat te wachten: mag de Belastingdienst nu wel of niet gebruikmaken van de gegevens van de automatische nummerplaatherkenning (ANPR)? Vandaag heeft de Hoge Raad geoordeeld dat dit NIET mag. Dit is conform de Conclusie van de Advocaat-Generaal.

De Hoge Raad geeft aan dat het gebruik van deze gegevens – of ze nou van de KLPD afkomstig zijn of niet – in strijd is met de privacyregels. De inspecteur mag deze dus niet gebruiken om te controleren of de rittenregistratie of kilometeradministratie van de belastingplichtige wel klopt. Een verwijzingshof moet nu uit gaan zoeken of de werknemer in dit geval ook zonder ANPR-gegevens een bijtelling krijgt voor het privé-gebruik van zijn auto van de zaak.

 

Advies, informatie of een leuke lezing over de auto van de zaak? Neem contact op met Heleen Elbert.

(meer…)