Motorrijtuigenbelasting kan in de papieren lopen

Het rijden in een geschorste of buitenlandse auto brengt grote fiscale risico’s met zich mee. Hetzelfde geldt voor het niet (helemaal) voldoen aan de regels voor de grijskentekenregeling. Maak je klant bewust van de gevaren! De naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting kan namelijk enorm oplopen en een boete van 100% is het uitgangspunt.

Bij een geschorste auto is het risico een naheffing van vier keer het kwartaalbedrag per keer (drie dagen betrapt worden is dus twaalf keer het kwartaalbedrag!). De naheffing wordt opgelegd aan degene op wiens naam de auto staat, ook al is het de fout van een ander.

Bij een buitenlandse auto is het risico een naheffing over een aantal jaren (!), tenzij je klant kan bewijzen dat de auto hem/haar toen niet ter beschikking stond. De naheffing wordt opgelegd aan degene die in de auto rijdt op het moment van aanhouding of flitsen.

Bij een bestelauto die niet aan de grijskentekenvoorwaarden voldoet is het risico een naheffing naar het hogere personenautotarief. De naheffing wordt opgelegd aan degene op wiens naam de auto staat, ook al is het de fout van een ander.

Lees verder

Privékilometers 0% auto tellen ook mee voor bijtelling vorige auto

De bijtelling is van toepassing wanneer je klant of een werknemer gedurende het kalenderjaar meer dan 500 privékilometers rijdt in de auto van de zaak. Minder bekend is dat dit maximum per persoon geldt en niet per auto. Dit bleek maar weer eens uit een rechtszaak waarin iemand zijn 25% bijtellingsauto in november verruilde voor een auto met 0% bijtelling. Per auto reed hij in dat jaar zo’n 300 privékilometers, in totaal dus meer dan 500. Het gevolg was een bijtelling voor beide auto’s. Een goede voorlichting vooraf had hem deze bijtelling kunnen besparen. Adviseer daarom je klant die van auto wisselt over de gevolgen voor de bijtelling.

Auteur: Mr. H.A. Elbert

Deze advieskans kunt u – met een bijbehorende adviesbrief – vinden op Avanzer Advies van Wolters Kluwer

Lees verder

Bijtelling privégebruik auto blijft 25% voor auto’s van vóór 2017

De overgangsregeling voor de bijtelling privégebruik auto van de zaak is volgens Rechtbank Den Haag niet in strijd met het IVBPR en het EVRM. Per 2017 geldt alleen voor nieuwe auto’s het verlaagde percentage van 22%. Mr. Heleen Elbert schijnt haar licht op deze zaak.

(mr. Marieke Jansen voor Taxence.nl)

Per 1 januari 2017 is de bijtelling voor de auto van de zaak verlaagd van 25% naar 22%. Op grond van de overgangsregeling van artikel 36c lid 1 Wet LB 1964 blijft het percentage van 25% gehandhaafd voor auto’s met een datum eerste toelating van uiterlijk 31 december 2016. Volgens de eisende partijen in de vier proefprocedures (van de Vereniging Zakelijke Rijders, VZR) leidt dit tot een ongeoorloofde ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Rechtbank Den Haag is het echter met de inspecteur eens dat daar geen sprake van is. De keuze voor de verlaging van het bijtellingspercentage is mede gelegen in het feit dat nieuwe auto’s in het algemeen zuiniger zijn dan hetzelfde type oude auto’s, aldus de rechtbank. Dat de wetgever ‘nieuwe auto’s’ heeft gedefinieerd als auto’s met datum eerste toelating na 31 december 2016 is op zich niet discriminatoir, en omwille van de uitvoerbaarheid mocht hij deze keuze maken. Met de overgangsregeling wilde de wetgever onwenselijke effecten voorkomen, waardoor de keuze voor invoering volgens de rechtbank redelijk is. De werkgevers hebben verder niet aannemelijk gemaakt dat zij waren getroffen door een individuele en buitensporige last, dan wel een onredelijke last. Er is volgens de rechtbank geen onduidelijkheid die ertoe leidt dat zij prejudiciële vragen moet stellen aan de Hoge Raad, en verklaart het beroep van de werkgevers ongegrond.

Reactie mr. Heleen Elbert

Taxence vroeg mr. Heleen Elbert, autobelastingexpert en bestuurslid VZR, om een reactie op deze uitspraak. ‘De uitspraken van de Rechtbank zijn zoals verwacht, niet bemoedigend. Hoewel ik het vreemd blijf vinden dat het privégebruik van een auto met datum tenaamstelling 31 december fiscaal veel voordeliger wordt belast dan (exact) dezelfde auto die een paar dagen later te naam is gesteld. ‘Je moet toch ergens een grens trekken’, aldus mijn korte samenvatting van de motivering van de Rechtbank. In eerdere, soortgelijke, rechtszaken ging het de vraag of er sprake was van discriminatie vanwege de verhoging van een CO2 uitstootgrens. Onderscheid tussen verschillende uitstootgrenzen werd daarin – kort door de bocht – gebillijkt vanwege het belang voor het milieu. Een verschil met die zaken is dat het nu niet gaat om eigenschappen van de auto en ook niet om een korting die verleend wordt op het standaardbijtellingspercentage. In deze zaak gaat het om het standaardbijtellingspercentage zelf. De staatssecretaris is tot de – terechte – conclusie gekomen dat 25% wat aan de hoge kant is, maar ‘gunt’ de verlaging tot 22% alleen aan auto’s die na 31 december 2016 te naam zijn gesteld. De ‘oudere’ auto’s worden hierdoor niet gediscrimineerd, aldus de rechtbank. Ik ben benieuwd naar de uitspraak in hoger beroep.’

 

Wet: artikel 36c lid 1 Wet LB 1964

Rechtbank Den Haag 5 september 2017 (gepubliceerd 15 september 2017), ECLI:NL:RBDHA:2017:10564ECLI:NL:RBDHA:2017:10568ECLI:NL:RBDHA:2017:10570ECLI:NL:RBDHA:2017:10573

Lees verder

Informatie over inrichtingseisen bestelauto openbaar gemaakt

Auteur: Denise Roeters

Voor: Taxence.nl

 

Naar aanleiding van een wob-verzoek maakte het ministerie van Financiën twee interne documenten openbaar over de beoordeling van de inrichtingseisen van bestelauto’s. Wat valt op? Mr. Heleen Elbert licht dit toe.

Het eerste document is een memo van mei 2016. Het tweede document is een meer uitgebreide versie hiervan. Deze documenten dienen als jurisprudentieoverzicht bij de uitvoering van de Wet op de loonbelasting 1964.

Reactie mr. Heleen Elbert

Taxence vroeg mr. Heleen Elbert, autobelastingexpert, om een reactie op deze documenten: ‘Bij elke discussie over de bijtelling, dient altijd de vraag gesteld te worden of de desbetreffende auto wel onder de bijtellingsregels valt. Zo is de bijtelling bijvoorbeeld niet van toepassing op een bestelauto die (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. Dit blijkt uit de letterlijke tekst van artikel 3.20 IB en 13bis LB. Maar ja, wat is nu precies een bestelauto die (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen? En belangrijker nog: wanneer vindt de Belastingdienst dat er sprake is van een dergelijke bestelauto? Hoewel de correspondentie van de Belastingdienst de laatste maanden vergezeld gaat van een indicatie van de doorslaggevende criteria, is het voor de rechtszekerheid van belang dat hier nog meer openheid in geboden wordt. Naar aanleiding van dit WOB-verzoek is maar liefst een zestal pagina’s met achtergrondinformatie en jurisprudentie beschikbaar geworden voor de praktijk.

Twee praktische handvaten:

  • niet de bedrijfsvoering van de ondernemer is relevant, maar de (letterlijke) inrichting van de bestelauto zelf.
  • hoe groter de auto, hoe minder belang wordt gehecht aan de functie van de bijrijder(sstoel)

 

Kortom: doe er uw voordeel mee!’

 

Lees meer van mr. Heleen Elbert op Tax Talks. In de onlangs verschenen e-learning ‘Btw en privégebruik auto: massaal voordeel voor uw cliënt?’ gaat zij in op de recente HR arresten van 21 april 2017. Bent u nog geen abonnee van Tax Talks? Meld u dan nu aan.

Meer informatie: Ministerie van Financiën, 4 mei 2017

Lees verder