Hoezo is mijn genot nu nog maar 22%? Verlaging bijtelling ook voor oudere auto’s?

 

Het zal u vast niet ontgaan zijn, de maximale bijtelling voor de auto van de zaak is op 1 januari (HE: 2017) verlaagd van (ten minste) 25% naar 22%. Nu zijn er waarschijnlijk weinig mensen die problemen hebben met een verlaging van de bijtelling, maar stel dat jij zelf een bijtelling van 25% hebt, en je buurman betaalt voor exact dezelfde auto slechts 22%, dan voelt dat toch niet prettig. Mag dat zomaar? En zou de maximale bijtelling nu niet voor iedereen op 22% moeten worden gezet? Deze laatste vraag is het onderwerp van een proefprocedure van de Vereniging Zakelijke Rijders (vzr.nl)*. Inmiddels is deze zaak gevorderd tot aan de Hoge Raad. (HE: De Hoge Raad heeft laten weten halverwege september 2018 de knoop door te hakken).

 

Wat is er eigenlijk aan de hand?

“Al hetgeen genoten wordt uit dienstbetrekking” is in principe belast. Deze belasting wordt berekend over de waarde in het economische verkeer van dit voordeel. Bij een vervoermiddel zoals een auto (maar ook een fiets, vrachtauto et cetera) is de waarde in het economisch verkeer van dit voordeel te berekenen volgens de formule werkelijke privé-kilometers x werkelijke kilometerprijs. Voor personenauto’s en de meeste bestelauto’s van de zaak geldt echter een uitzondering: de zogenoemde bijtelling (“het autokostenforfait van artikel 13bis Wet LB). Door de toepassing van deze bijtelling hoef je niet per werknemer en per auto uit te rekenen wat de waarde in het economisch verkeer is, maar neem je een bepaald percentage (de bijtelling) van de Nederlandse cataloguswaarde van deze (bestel)auto inclusief btw en bpm. Uit onderzoek is gebleken dat het werkelijke voordeel van een auto van de zaak zo rond de 13% ligt, maar de wetgever heeft het percentage hoger vastgesteld: (ten minste) 25% voor auto’s met een datum eerste tenaamstelling tot en met 2016, en (ten minste) 22% voor auto’s met een datum eerste toelating van 2017 of later. Waarom het bijtellingspercentage hoger is dan de uit onderzoek gebleken gemiddelde besparing? De staatssecretaris verklaart het – globaal weergegeven – door te wijzen op het gemak dat je hebt omdat er een auto voor je klaar staat. Dat is ook wat waard nietwaar? En die verlaging van 25% naar 22%? Dat heeft te maken met het gegeven dat auto’s in de loop der jaren zuiniger zijn geworden en dat de werkgevers tegenwoordig meer toezien op het privégebruik door hun werknemers of het vaker verbieden.

 

De proefprocedures

 

Een aantal proefpersonen heeft zich aangemeld voor de proefprocedure van VZR. Zij beschikken allemaal over een auto met 25% bijtelling. De stelling die men inneemt is dat zij (eigenlijk hun auto’s) gediscrimineerd worden ten opzichte van auto’s met een datum eerste toelating van 2017 of later. In het verleden zijn soortgelijke zaken gevoerd (en verloren) met betrekking tot de milieukorting op de bijtelling. In die zaken oordeelde de rechter dat de staatssecretaris de kortingsgrenzen best mocht veranderen om het gebruik van milieuvriendelijke auto’s te bevorderen. In de huidige proefprocedure gaat het niet om de kortingsgrenzen, maar om de hoogte van de bijtelling zelf. De rechtbank heeft inmiddels uitspraak gedaan. Deze rechter oordeelde dat de verlaging van de bijtelling binnen de grenzen van de wetgeving valt. En de datum van 1 januari 2017? Tja, de wetgever moet toch ergens een grens trekken, aldus de rechter. Daarnaast hebben oudere auto’s geen recht op een 22% bijtelling omdat oudere auto’s in het algemeen veel minder zuinig c.q. milieuvriendelijk zijn dan de auto’s uit 2017 en latere jaren. In overleg met de Belastingdienst is besloten de gang naar het Gerechtshof over te slaan en direct cassatie in te stellen bij de Hoge Raad. Het wachten is op het arrest van de Hoge Raad. Beide partijen hebben de Hoge Raad gevraagd om deze zaak met spoed te behandelen. Uiteraard houden wij u op de hoogte van de afloop van deze procedures.

 

Wanneer geldt de lagere bijtelling van (ten minste) 22%?

 

De lagere bijtelling geldt alleen voor (bestel)auto’s met een datum eerste toelating van 2017 of later. Gaat het om een auto met een CO2-uitstoot van 0 gram/km, dan verleent de wetgever een korting van 18%. Per saldo resteert dan een bijtelling van 4%.

 

Wanneer geldt de lagere bijtelling van (ten minste) 22% niet?

 

De lagere bijtelling geldt niet voor auto’s die geen datum eerste toelating hebben van 2017 of later. Dat klinkt logisch uiteraard. Stel echter dat een bepaalde auto uit een eerder jaar 60 maanden een lage bijtelling heeft gehad. Op grond van de overgangsregeling geldt voor die auto na afloop van de 60 maands-periode het bijtellingspercentage dat van toepassing is op de laatste dag van die 60 maanden. Stel deze auto is voor het eerst te naam gesteld halverwege september 2014 en heeft een CO2-uitstoot van 80 gram/km. De 60 maands-periode eindigt in dat geval op 30 september 2019. Welk bijtellingspercentage geldt dan? Een logisch antwoord is 22%, dat is het geldende bijtellingspercentage op 30 september 2019 voor auto’s met een dergelijke CO2-uitstoot. (Voor het gemak gaan we er daarbij van uit dat de wet tegen die tijd niet gewijzigd is). Het juiste antwoord is echter 25%, dit omdat een auto uit 2014 uiteraard nooit een datum eerste toelating van 2017 of later kan hebben. Kortom, voor een oudere auto kan op grond van deze wettekst nooit of te nimmer een bijtelling van 22% gelden.

 

Welk bijtellingspercentage is van toepassing?

 

Om het juiste bijtellingspercentage te bepalen, is een aantal zaken van belang. We zetten ze hieronder kort voor u op een rij.

 

DET

Tot en met 2016 gaan we uit van de Datum Eerste Tenaamstelling van de auto. In 2017 (en latere jaren) gaan we uit van de Datum Eerste Toelating van de auto. Dit kan een andere datum zijn dan de Datum Eerste Tenaamstelling. De DET vindt u op het kentekenbewijs en op RDW.nl.  Het gaat om de eerste DET ooit. Dus als de auto uit het buitenland komt, hanteert u de DET in het buitenland als uitgangspunt. Ook wanneer u bij wijze van spreken de derde eigenaar van de auto bent, neemt u toch de allereerste DET als uitgangspunt.

 

CO2-uitstoot

Het bijtellingspercentage is verder afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto. Het gaat daarbij om de CO2-uitstoot die vermeld staat bij de RDW c.q. op het kentekenbewijs van de auto. De werkelijke CO2-uitstoot kan afwijken, maar dat maakt niet uit. Een auto die volgens de folder 1 op 27 rijdt, rijdt dit in werkelijkheid ook niet, toch?

 

Overgangsregeling

Gaat het om een auto met een DET van uiterlijk 2011, dan geldt het dan geldende bijtellingspercentage in principe onbeperkt. In principe, want dan moet of de eigenaar van de auto, of de vaste bestuurder, op dit moment dezelfde zijn als op 30 juni 2012. Daarnaast wordt deze ‘eeuwigdurende’ bijtelling per 1 januari 2019 afgeschaft. Wij nemen aan dat voor die auto’s per die datum de bijtelling van 31 december 2018 gaat gelden. Omdat de auto geen DET van 2017 of later heeft, komt dit er in de praktijk op neer dat voor deze auto’s per 1 januari 2019 een bijtelling gaat gelden van (ten minste) 25%.

 

Gaat het om een auto met een DET van 2013 of later, dan geldt het dan geldende bijtellingspercentage gedurende 60 maanden. Deze 60-maandsperiode begint op de eerste dag van de volle maand. Bij een DET van 1 februari start de 60-maandsperiode  op 1 februari, bij een DET van 2 februari start de 60-maandsperiode op 1 maart.

 

De lastigste overgangsregeling geldt voor auto’s met een DET uit 2012. In dat jaar gelden verschillende overgangsregelingen voor auto’s. Zo is er een aparte regeling voor 0% auto’s, voor 14% auto’s, voor auto’s met een DET tot en met 30 juni 2012 en voor auto’s met een DET van 1 juli 2012 of later. Uitkijken dus.

 

Zodra de auto 15 jaar of ouder is, gaat de bijtelling naar (ten minste) 35%. Een eventuele korting wordt dan toegepast op die 35% in plaats van op 25% of 22%. De 18% korting voor een auto met 0 gram CO2-uitstoot, levert dan een bijtellingspercentage op van per saldo 17%.

 

Waar vindt u deze overgangsregelingen?

 

Voor auto’s met een DET 2017 vindt u de regeling in art. 13bis van de Wet LB (of voor ondernemers: art. 3.20 van de Wet IB). Voor auto’s met een DET tot en met 2016, vindt u de regeling in art. 36c van de Wet LB (of voor ondernemers: art. 10.a.4 van de Wet IB).

 

 

Wat nu?

 

Ons advies is om de wetgeving en jurisprudentie op dit terrein goed in de gaten te houden. Rijden uw werknemers en/of klanten in een wat oudere auto van de zaak? Dan is het tijd om de diverse overgangsregelingen op een rij te zetten.

 

*Heleen Elbert is bestuurslid van de VZR

 

Auteur: Mr. H.A. Elbert

Geschreven voor: Loonzaken (Sdu)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *