(On)recht

Een gastcolumn geschreven door Heleen Elbert voor ‘Het Register’ van Het Register Belastingadviseurs

 

Kent u dat gevoel? De frustratie van het weten dat je gelijk hebt, maar dan tegen een inspecteur aanlopen die daar geen enkele boodschap aan heeft? Natuurlijk vind ik zelf dat ik (bijna) altijd gelijk heb, en weet ik dat ik soms ook een proefballonnetje opgooi. Wanneer zo’n ballonnetje dan ontploft, kan ik het hebben; niet geschoten is altijd mis, nietwaar? En wanneer de inspecteur mijn standpunt afwijst omdat hij een andere uitleg aan het grijs geeft dan ik, kan ik dat ook nog wel verkroppen. Maar als ik echt, echt gelijk heb en het toch niet krijg, raak ik gefrustreerd. Het druist toch tegen mijn rechtvaardigheidsgevoel in dat een klant niet het gelijk krijgt waarop hij volgens wet of jurisprudentie recht heeft. Een veelgehoorde reactie is dan natuurlijk: waarom stap je niet naar de rechter? Als ervaren adviseur weet u het antwoord wel: tussen gelijk hebben en gelijk krijgen zit grofweg 10.000 euro aan proceskosten. Heeft de klant dat ervoor over? Heeft hij dat geld überhaupt wel? Of ga je vanwege het principe tegen een kostenvergoeding werken (no cure, no pay gaat vaak tegen de beroepsregels in)? Naast het financiële aspect telt trouwens ook het emotionele aspect. Kan de klant het aan om nog lange tijd in onzekerheid te verkeren? Kan hij de spanning van een zitting aan? Voor mij is het natuurlijk gewoon werk, maar het voelt toch heel anders als het om je eigen hachje gaat.

 

Gelukkig ben ik er niet de persoon naar om bij de pakken neer te zitten. Ik zie altijd wel ergens het positieve van in en weet te genieten van de momenten waarop ik toch iets voor elkaar krijg dat vooraf onmogelijk leek. Iets kan bijvoorbeeld volgens de wet niet mogelijk zijn, maar moet je je daar dan ook bij neerleggen? Als een inspecteur in dat geval mijn verzoek of bezwaar afwijst, heb ik daar natuurlijk geen enkele moeite mee; in zijn plaats had ik waarschijnlijk hetzelfde gedaan. Ieder z’n vak! Maar gaat de wet in tegen mijn rechtvaardigheidsgevoel, of heb ik het vermoeden dat men in het wetgevingsproces iets over het hoofd heeft gezien – je kunt onmogelijk alles vastleggen – dan is dat voor mij een reden om ondanks de wettekst door te zetten. Vooropgesteld dat de klant het daarmee eens is natuurlijk. Wanneer je dan uiteindelijk bij de hoogste rechter je gelijk haalt, geeft dat veel voldoening. Hetzelfde geldt wanneer je jouw ideeën voor een wetsaanpassing terugziet in het Belastingplan voor het komende jaar. Op zulke momenten ga ik helemaal uit m’n dak. Dat gevoel weegt op tegen alle eerdere frustraties en geeft ontzettend veel energie om door te gaan.

Mijn credo is: leg je nooit neer bij iets onrechtvaardigs, puur omdat het nu eenmaal in de wet staat. Als inspecteur hoef je dat niet: je kunt gebruikmaken van de mogelijkheid om iets uit coulance toe te wijzen. En als adviseur hoef je dat natuurlijk ook niet: kom op voor de rechten van je klant! Onze machtspositie is dan wel een stuk minder, maar helemaal machteloos zijn we nu ook weer niet. We hebben de bekende mogelijkheden van bezwaar en beroep, maar daarnaast ook die van fiscale mediation, de Ombudsman, de publiciteit en onze beroepsorganisaties. Leven is het meervoud van lef!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *